Uit verschillende onderzoeken blijkt dat gezelschapsdieren een positieve invloed uitoefenen op:
- de fysieke (motorische) toestand
- de geestelijke (psychische, sociale, affectieve en emotionele) toestand
- de gezondheid in het algemeen.
Dieren kunnen de kwaliteit van leven gunstig beïnvloeden. De aanwezigheid van het dier in acitiviteiten of behandelingen kan de volgende effecten hebben:
- De eigenwaarde van de cliënt groeit.
- Het voorziet in de behoefte aan affectie (warmte en aandacht), een dier is niet bedreigend en niet (ver)oordelend.
- Het moedigt het nemen van verantwoordelijkheid aan en het dier motiveert bepaalde acties te doen.
- Het leidt af van de eigen problemen/situatie.
- De (vertrouwens)relatie tussen zorg-/hulpverlener en cliënt verbetert.
- Het zorgt voor gezelschap.